Openingstoespraak van Hans Fidom

Openingstoespraak van Hans Fidom, orgel prof aan de VU

Dames en heren

Mag ik om te beginnen het bestuur van Stichting Groningen Orgelstad hartelijk bedanken voor de eervolle uitnodiging het Schnitgerfestival van dit jaar te openen? Het is ronduit indrukwekkend wat zij in de afgelopen jaren heeft gerealiseerd met dit toch nog jonge festival.

Het woord dat ik de komende tien minuten centraal wil stellen is transitie. U heeft gelijk: natuurlijk staat Arp Schnitger centraal, die Stradivarius onder de orgelmakers. Maar het woord transitie past goed bij wat we van hem weten en dat geeft mij de kans uit te leggen waarom het Schnitgerfestival zo belangrijk is.

Want we weten zowel heel veel als heel weinig over Arp Schnitger. Veel – omdat ‘we’ al bijna honderd jaar in de ban zijn van zijn orgels, er steeds weer onderzoek naar doen en ze restaureren. Er zijn boeken verschenen, zoals met name de onvolprezen monografie van Gustav Fock, alsook het nieuwe boek van Harald Vogel en Cor Edskes, in zekere zin een bijlage bij Fock.
Tegelijk weten we ook weinig; omdat van de restauraties die ‘we’ hebben gedaan nauwelijks openbaar toegankelijke documenten beschikbaar zijn, omdat restaureren altijd ook voorgoed veranderen betekent, en omdat honderd jaar Schnitger restaureren vooral leert dat elke tijd zo zijn eigen dromen en ideeën over Schnitger heeft gehad.

Gelukkig lijkt het erop dat een nieuwe kijk op restaureren en op oude orgelklank ons een stap verder aan het brengen is. Kern daarvan is het idee van ‘proces reconstructie’. We proberen niet meer door kopiëren te begrijpen waarom Schnitgers orgels zo prachtig klinken, maar door zijn manier van werken te reconstrueren, dus, zoals de Duitsers zo mooi zeggen, die te ‘kapieren’. De Engelsen hebben er ook woorden voor: niet de know-how is het belangrijkst, maar de know-why. Onze kennis over Schnitger is daarmee in transitie: we leren na te denken over het wonder van zijn werk door steeds weer te beginnen met luisteren, en vandaaruit te denken en te handelen.

Ook de orgelgeschiedenis van de 20ste eeuw als geheel is in transitie. Belangrijke momenten waren de jaren ’10, toen Albert Schweitzer zich voor het mechanische sleeporgel inzette, de jaren ’20 met Hans Henny Jahnn, de jaren ’50 met allerlei nieuwe interpretaties van barokke orgelklank. De transitie die ik bedoel zette in in jaar 1969, met de Internationale Schnitgerherdenking hier in Groningen. Daarmee begon de herontdekking van oude orgels voor het uitvoeren van oude muziek pas echt – zeg maar na ruim 50 jaar voorbereiding.

Eigenlijk is de transitie waarin onze omgang met Schnitger zich bevindt onderdeel van die in 1969 begonnen transitie – en beide kunnen ze naar mijn idee wel wat extra energie gebruiken.

Ik denk dat wij daaraan, zoals we hier samen zitten en van oude orgels, van Schnitger-orgels houden, iets heel belangrijks kunnen doen. En wel door dat luisteren nog veel belangrijker te gaan vinden, elkaar daarin te stimuleren door over klank te praten, elkaar mee te nemen naar orgels dus, naar concerten, nog eens samen die ene plaat te draaien.

En vervolgens door volgend jaar al uw vrienden en kennissen en familie mee te nemen naar het Schnitgerfestival 2019. 50 jaar na 1969 kunnen we er dan samen voor zorgen dat Schnitgers orgelklank niet alleen door orgelliefhebbers wordt begrepen, maar juist ook door al die andere muziekliefhebbers. Als we intussen dan ook nog goede boeken schrijven, meer onderzoek doen en heel voorzichtig blijven bij restauraties, dan kunnen we de transitie die in 1969 inzette eindelijk zijn definitieve zet geven – en zo zowel oude muziek als nieuwe muziek op oude orgels de glans geven die ze verdienen.

Oude en nieuwe muziek? Jazeker – u bent vast met mij eens dat dit orgel hier, en laten we afspreken dat we dat vanavond het mooiste orgel van de wereld vinden, echt álles kan. Dankzij Schnitger, en dankzij de organisatie van wat wel eens, net al Schnitgers levenswerk, een echte Dauerbrenner zou kunnen worden: het Schnitgerfestival.

Dank u wel.